Hoe duurder hoe beter

De duurdere modellen zijn vaak voorzien van een intern kompas, hoogtemeter, kleurenscherm en kaartgeheugen. Maar de vraag is natuurlijk: heeft u al deze extra’s echt nodig?

Kompas: Een simpele gps weet waar het noorden en zuiden als u de gps beweegt. Zodra u stil staat weet de navigatiepijl het niet meer. Met een intern kompas geeft de gps ook bij stilstand de juiste richting en kunt u kompaspeilingen doen.

Hoogtemeter: Het gps-signaal geeft altijd ook de hoogte weer. Een aparte hoogtemeter in een gps is dus niet echt nodig. Een extra hoogtemeter geeft de hoogte wel exacter weer. In Nederland zult u dit niet nodig hebben.

Kleurenscherm: Dit is vooral mooier. Het heeft alleen nut als u van het kaartgeheugen gebruik maakt (zie hieronder). Kaartgeheugen: Op een gps met kaartgeheugen kunt u gedetailleerde wandel- of fietskaarten en hoogtelijnen laden.

Dit is een grote toegevoegde waarde, maar de digitale kaarten zijn niet goedkoop. Op een gps met een vast kaartgeheugen passen slecht een beperkt aantal kaarten. Wilt u veel kaartmateriaal meenemen, dan heeft u een gps nodig waarin losse geheugenkaarten passen.